Kennisbank ›
Overgang & hormoontherapie

De oestrogeenpleister: zo gebruik je hem op de juiste manier

Gebruik je een oestrogeenpleister of ga je ermee starten? Hoe vaak je wisselt, waar je hem plakt, waarom je van plek wisselt en hoe je je huid voorbereidt.

Liever kijken? In deze video leg ik het uit.

Wat is een oestrogeenpleister?

Een oestrogeenpleister bevat estradiol. Dat is precies hetzelfde hormoon dat je eierstokken vroeger zelf aanmaakten, met dezelfde moleculaire structuur. Daarom noemen we het lichaamsidentiek of bio-identiek. De estradiol zit in de lijmlaag van de pleister.

De pleister staat bekend om zijn gelijkmatige, constante afgifte gedurende de dag. Daardoor is hij heel geschikt voor vrouwen die gevoelig zijn voor hormonale schommelingen, zoals bij PMS, PMDD of migraine.

Doseringen

Pleisters zijn er in verschillende doseringen, bijvoorbeeld 50 of 100 microgram. Dat getal staat op de pleister en geeft aan hoeveel estradiol er per 24 uur wordt afgegeven. Niet elk merk is in elke dosering verkrijgbaar.

Hoe vaak wissel je de pleister?

Het standaardadvies is meestal om twee keer per week te wisselen, dus om de 3,5 dag. Kies daar een vast moment voor, bijvoorbeeld dinsdagochtend en vrijdagavond. Dan zit er precies 3,5 dag tussen elke pleister. Kijk wel even in de bijsluiter van jouw pleister, want er zijn ook pleisters die je maar één keer per week wisselt. Heb je een gevoelige huid, dan is dat waarschijnlijk minder geschikt, omdat een pleister die een week blijft zitten meer huidirritatie kan geven.

  • Eerst de oude eraf. Haal op de wisseldag altijd eerst je oude pleister eraf voordat je de nieuwe opplakt. Laat je de oude zitten, dan verdubbel je mogelijk je dosis, en dat kan meer klachten geven.
  • Vergeten te wisselen? Geen ramp. Wissel hem zodra je erachter komt en ga daarna gewoon terug naar je vaste schema. Je hoeft je schema niet opnieuw op te bouwen.
  • Nooit dubbel plakken om een vergeten pleister in te halen. Dat kan ongewenste klachten geven.

Waar plak je de pleister?

In de bijsluiter worden de onderbuik en de billen genoemd, dus onder de taille. Er zijn ook vrouwen die hem op de bovenarm of de bovenbenen plakken.

Plak de pleister niet:

  • op of vlak bij je borsten
  • aan de binnenkant van je armen, want dat zit ook vlak bij je borsten
  • op littekenweefsel, tatoeages of striae, want dat kan de opname verminderen

Zie deze plekken vooral als inspiratie. Plak jij hem ergens anders en werkt dat goed, dan is dat ook prima. Waar jij de pleister het beste opneemt, is een persoonlijke zoektocht. Iedereen heeft een andere huid, een andere doorbloeding en een andere hoeveelheid onderhuids vet. Het heeft daarom weinig zin om je plekken te vergelijken met die van andere vrouwen. Zoek zelf de plek waar jij de beste opname hebt. Dat doe je op geleide van je klachten, en eventueel met een bloedtest nadat je de pleister minstens vier weken hebt gebruikt. Meer daarover lees je in Hormonen testen in de menopauze en tijdens HST.

Waar je plakt, kan wel verschil maken. Uit onderzoek blijkt dat dezelfde pleister op de bil gemiddeld zo'n 17 procent meer estradiol in het bloed geeft dan op de buik. Maar dat is een gemiddelde, en bij jou kan het heel anders uitpakken.

Wissel steeds van plek

Plak de nieuwe pleister steeds op een andere plek dan de vorige. Volgens de bijsluiter gebruik je dezelfde plek pas weer na minstens een week. Sommigen houden zelfs een maand aan. Zo voorkom je huidirritatie of een allergische reactie, en kan je huid goed herstellen. Ik heb ook gehoord dat de huid onder de pleister wat verzadigd kan raken, waardoor de opname minder wordt. Dat zou kunnen, maar voor zover ik weet is daar geen onderzoek naar gedaan.

Het helpt om een vast rondje aan te houden. Ik plak zelf de eerste pleister van de week altijd aan de rechterkant van mijn buik en de tweede aan de linkerkant. Zo weet ik steeds welke pleister ik moet wisselen.

Je huid voorbereiden en de pleister goed aanbrengen

  • Maak de huid schoon. Ik doe dat zelf met 70 procent alcohol op een watje. Laat het drogen en plak dan de pleister.
  • Smeer er niets onder. Geen zonnebrand, geen bodylotion. Wil je scrubben, doe dat dan liever met een borsteltje of apparaatje onder de douche dan met een scrubcrème. Resten daarvan kunnen ervoor zorgen dat de pleister minder goed wordt opgenomen of niet goed blijft plakken.
  • Druk de randjes aan. Ga na het plakken met je vingers langs de randjes, zodat de pleister overal goed contact maakt met je huid.

Samengevat

  • Wissel je pleister om de 3,5 dag, bijvoorbeeld op dinsdagochtend en vrijdagavond.
  • Haal altijd eerst de oude pleister eraf.
  • Plak hem op je buik, billen of bovenbenen, nooit op of vlak bij je borsten.
  • Wissel iedere keer van plek.
  • Plak altijd op een schone, droge huid, zonder zeep, lotion of zonnebrand.

Lees ook: Bloedverlies tijdens hormoontherapie en Wat kun je verwachten bij de start van hormoontherapie?

Je uitslag binnen. En nu?

Heb je hulp nodig bij het kiezen van de juiste tests of het lezen van je uitslag? Neem gerust contact met me op. Dat kan al vanaf 30 minuten, voor €50, online of in de praktijk.

Deze informatie is bedoeld als achtergrond en vervangt geen medisch advies. Pas je hormoontherapie nooit zelf aan. Elke wijziging in dosis, product of toedieningsvorm bespreek je altijd eerst met je eigen arts.