Werkt je hormoontherapie niet meer? Waarom klachten terug kunnen komen
Klachten die na maanden of jaren terugkomen betekenen niet meteen dat je hormoontherapie niet meer werkt. Over afnemende eigen aanmaak, dosering en toedieningsvorm, testosteron en niet-hormonale oorzaken.
Liever kijken? In deze video leg ik het uit.
Eerst ging het zo goed
Je kunt heel goed reageren op hormoontherapie. Je bent beter gaan slapen, je hebt geen opvliegers meer, en misschien heb je ook minder last van spier- en gewrichtspijn. En dan, na een paar maanden of zelfs een paar jaar, komen die klachten langzaam terug. Je begint je af te vragen of je hormoontherapie nog wel werkt. Het is belangrijk om te weten wat er in je lichaam gebeurt, en dat er verschillende redenen kunnen zijn waarom je klachten terugkomen.
Reden 1: je eigen hormoonaanmaak neemt verder af
In de perimenopauze maak je nog steeds zelf wat estradiol en progesteron aan. In de menopauze is dat veel minder. Maar ook als je cyclus is gestopt, maken je eierstokken nog een klein beetje estradiol en testosteron aan [1].
Daarnaast wordt er hormoon aangemaakt in de weefsels zelf. Daar is DHEA bij betrokken: een voorloperhormoon dat je bijnieren aanmaken, en dat je weefsels omzetten in oestrogeen en testosteron [2]. Testosteron neemt met de jaren af, en DHEA zelfs al vanaf ongeveer je dertigste [3, 4].
Start je in de menopauze met hormoontherapie, dan maak je dus vaak nog een klein beetje estradiol en testosteron zelf aan. Omdat die eigen aanmaak met de jaren verder afneemt, kan het zijn dat je protocol na verloop van tijd niet meer genoeg is.
Wat kan er dan veranderen in je hormoontherapie?
In overleg met je zorgverlener kan je protocol worden aangepast. Bijvoorbeeld:
- een hogere dosering
- een andere toedieningsvorm: niet iedereen neemt gel even goed op. Soms past een pleister beter, of juist andersom. In het artikel Hormonen testen in de menopauze en tijdens HST lees je hoe je dat met een bloedtest kunt nagaan.
- een ander product of merk
- een ander hormoon, zoals testosteron
Reden 2: je hebt misschien testosteron nodig
Omdat testosteron met de jaren afneemt, kan het zijn dat je daar nu wel behoefte aan krijgt. Het is in Nederland niet standaard dat je bij de huisarts testosteron kunt krijgen. Daarvoor moet je meestal naar een gynaecoloog die verstand heeft van hormoontherapie, of naar een privéarts die zich erin heeft verdiept en weet bij welke klachten testosteron kan helpen.
We kennen testosteron vooral als het libidohormoon, en daar is het ook heel belangrijk voor [5]. Maar er zitten door je hele lichaam testosteronreceptoren: in je botten, je spieren, je hersenen en je vagina. Daardoor kan testosteron bij meer klachten een rol spelen dan alleen het libido.
Het team van dr. Louise Newson deed onderzoek bij hun eigen patiënten. Daarbij zagen ze dat het gebruik van antidepressiva afnam bij vrouwen die estradiol en progesteron gebruikten. Een groot deel van de vrouwen kon zelfs stoppen met antidepressiva toen ze er ook testosteron bij gingen gebruiken [6]. Het was een kleine studie zonder placebogroep, dus het bewijs is nog niet sterk. Maar het is wel een aanwijzing dat testosteron mogelijk meer doet dan alleen het libido ondersteunen. Dat heb ik zelf ook ervaren.
Er is meer onderzoek nodig. Of dat er komt, is de vraag: zo'n onderzoek kost veel tijd en geld, en aan testosteron valt weinig te verdienen. Ondertussen kan een arts testosteron wel off-label voorschrijven. Bij stemmingsklachten spelen vaak ook libidoklachten en vermoeidheid mee. De klachten die bij testosteron horen, zijn alleen aspecifiek: ze kunnen ook andere oorzaken hebben. En dat brengt me bij de volgende reden.
Reden 3: niet alles is hormonaal
Komen je klachten terug, kijk dan samen met je zorgverlener of er geen andere oorzaken zijn. Denk aan:
- een tekort aan vitamine B12 of ijzer: komt vaak voor, en de klachten lijken sterk op overgangsklachten [7, 8]
- je schildklier
- magnesium en vitamine D
Deze waarden kun je makkelijk in je bloed laten bepalen: B12, ferritine, TSH en vrij T4. Wijken TSH en vrij T4 af, dan kun je verder laten onderzoeken of er antistoffen tegen je schildklier zijn. Meer hierover lees je in Is het de overgang, of iets anders?.
Kijk ook naar je darmen
Tekorten worden vaak veroorzaakt door een probleem met de opname in je darmen. We zeggen vaak dat je gezond en gevarieerd moet eten, maar je moet die voeding ook kunnen opnemen. Ook chronische stress kan je spijsvertering remmen, waardoor er allerlei darmklachten kunnen ontstaan [9]. Kijk dus naar tekorten en je schildklier, maar ook naar hoe je spijsvertering werkt en of er misschien een verstoorde darmflora (dysbiose) is. Over ijzertekort en darmproblemen maak ik nog aparte video's, want dat zijn grote onderwerpen die precies in mijn vakgebied liggen.
Samengevat
Komen je klachten terug tijdens hormoontherapie? Ga er dan niet meteen van uit dat het niet meer werkt. Mogelijke redenen:
- je eigen hormoonaanmaak is verder afgenomen
- je dosering, toedieningsvorm of product moet worden aangepast
- een ander hormoon, zoals testosteron, kan worden overwogen
- er speelt iets anders, zoals ijzer, B12, magnesium, vitamine D, je schildklier of je spijsvertering
Bespreek je klachten met je zorgverlener en laat zo nodig onderzoek doen. Kijk naar het hele plaatje. Terugkerende klachten betekenen niet dat je hormoontherapie niet meer werkt. Het kan betekenen dat je situatie is veranderd, en dat je behandeling opnieuw bekeken moet worden.