Wat doen hormonen in je lichaam, en waarom zijn ze belangrijk?
Oestrogeen, progesteron en testosteron doen veel meer dan je denkt. Wat doen ze in je lichaam, wat gebeurt er als ze dalen, en waarom zou je ze aanvullen in de perimenopauze en de menopauze?
Hormonen sturen vrijwel alles in je lichaam
Na je veertigste (of soms zelfs nog eerder) kunnen er klachten ontstaan die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken lijken te hebben: vermoeidheid, slaapproblemen, gewichtstoename, stemmingswisselingen, opvliegers, vergeetachtigheid. Wat deze klachten verbindt? Hormonen.
Geslachtshormonen, oestrogeen, progesteron en testosteron, zijn veel meer dan voortplantingshormonen. Ze sturen vrijwel elk systeem in je lichaam aan: je hersenen, hart, botten, spieren, darmen, huid en immuunsysteem.
In de perimenopauze gaat het echter niet alleen om dalende hormonen. De hormonen schommelen, soms sterk en onvoorspelbaar. Die grilligheid is wat vrouwen zo van de wijs kan brengen. Niet het tekort alleen, maar de instabiliteit.
Wat doen geslachtshormonen in je lichaam?
Geslachtshormonen zijn steroïdhormonen: signaalstoffen die via de bloedbaan vrijwel elke cel in je lichaam bereiken. Ze zijn betrokken bij processen die ver buiten de voortplanting reiken.
Hersenen en stemming
Oestrogeen en progesteron beïnvloeden de aanmaak en werking van dopamine, serotonine en GABA: neurotransmitters die je stemming, slaap, geheugen en concentratie regelen. Dalende of schommelende hormoonspiegels kunnen leiden tot angst, prikkelbaarheid, depressieve gevoelens, hersenmist en slaapproblemen.
Hart en bloedvaten
Oestrogeen beschermt de binnenwand van bloedvaten en helpt een gezonde cholesterolbalans te behouden. Na de menopauze stijgt het risico op hart- en vaatziekten bij vrouwen duidelijk. Vroege hormonale ondersteuning kan dit risico mogelijk beperken.
Botten en spieren
Oestrogeen remt de afbraak van botweefsel. Er zijn aanwijzingen dat progesteron de botopbouw ondersteunt via de osteoblasten, de cellen die nieuw bot aanmaken. Testosteron werkt op androgeenreceptoren in botcellen en ondersteunt zowel botdichtheid als spiermassa.
Wanneer alle drie dalen, neemt het risico op osteoporose en spierverlies toe. De snelste botafbraak vindt plaats rond de overgang: vanaf de late perimenopauze tot enkele jaren na je laatste menstruatie. Hormoontherapie kan daarmee een effectief middel zijn om botverlies vroeg te beperken.
Energie en stofwisseling
Hormonen sturen je stofwisseling, insulinegevoeligheid en vetopslag. Een tekort aan oestrogeen leidt vaak tot meer vetopslag rond de buik, een lagere insulinegevoeligheid en minder energie. Dalend testosteron kan bijdragen aan spierverlies: minder spiermassa betekent een tragere ruststofwisseling.
Darmen, huid, ogen en gewrichten
Oestrogeen heeft receptoren in de darmwand, huid, het oogoppervlak en gewrichtsweefsel. Dalende spiegels kunnen dan ook leiden tot klachten als een droge huid, droge ogen, gewrichtspijn en veranderingen in de darmfunctie.
Immuunsysteem en ontsteking
Oestrogeen en progesteron hebben invloed op je immuunsysteem. De perimenopauze wordt wel beschreven als een ontstekingsbevorderende fase. Hormonale schommelingen zijn stressvol voor je lichaam, en dat kan je immuunsysteem prikkelen, ook de aanmaak van histamine.
Oestradiol helpt bepaalde afweercellen, zoals macrofagen, om ontstekingsremmend te werken. Is er te weinig oestradiol, dan kunnen diezelfde cellen juist ontstekingsbevorderend worden. Dat kan een van de redenen zijn dat sommige vrouwen rond de overgang meer auto-immuunachtige klachten krijgen, of plotseling last krijgen van allergieën en overgevoeligheid voor voeding, geuren of chemicaliën.
Oestrogeen, progesteron en testosteron
Elk hormoon heeft een eigen rol en een eigen klachtenpatroon.
Oestrogeen
Het bekendste vrouwelijke hormoon, maar veel meer dan een voortplantingshormoon. Oestrogeen beschermt hersenen, hart, botten en bloedvaten. Het speelt een rol bij stemming, slaap, libido en de kwaliteit van je huid.
Oestrogeen begint al vóór de menopauze te schommelen. Die grillige schommelingen in de perimenopauze verklaren waarom klachten zo wisselend zijn. Na de menopauze daalt het definitief.
Progesteron
Progesteron wordt vaak vergeten, maar is minstens even belangrijk. Het werkt kalmerend via GABA-receptoren in de hersenen, ondersteunt de slaap en kan angst verminderen. Er zijn aanwijzingen dat het ook de botten ondersteunt.
Progesteron begint vaak al in je late dertiger jaren te dalen, ruim vóór de menopauze, doordat je vaker een cyclus zonder eisprong hebt. Slaapproblemen, prikkelbaarheid, angst en een kortere cyclus kunnen tekenen zijn van een vroeg progesterontekort.
Testosteron
Testosteron is meer dan een mannelijk hormoon. Bij vrouwen circuleert er in het bloed zelfs meer testosteron dan oestradiol, en een deel van de oestradiol wordt via het enzym aromatase uit testosteron gemaakt. Testosteron kan bijdragen aan mentale scherpte, focus, motivatie, libido en spiermassa. Het werkt ook direct op androgeenreceptoren in botten en hersenen.
Waarom zou je hormonen aanvullen?
In de perimenopauze
In de perimenopauze daalt progesteron vaak als eerste, doordat je vaker een cyclus zonder eisprong hebt. Oestrogeen schommelt juist sterk: soms hoger dan normaal, soms heel laag. Klachten komen dan vooral door die schommelingen. Aanvullen is in deze fase vooral bedoeld om meer rust en stabiliteit te geven: vaak met progesteron, en soms ook met oestrogeen om de dalen op te vangen.
Na de menopauze
Na de menopauze maken je eierstokken nauwelijks nog oestrogeen en progesteron. Die daling is blijvend. Aanvullen kan dan klachten verminderen, zoals opvliegers, slecht slapen en stemmingsklachten. Daarnaast beschermt hormoontherapie aantoonbaar tegen botverlies en osteoporose, en er zijn aanwijzingen dat het hart en de bloedvaten beschermt als je ermee start binnen tien jaar na de menopauze.
Wil je weten hoe hormoontherapie werkt en welke vormen er zijn? Lees Wat is lichaamsidentieke (bio-identieke) hormoontherapie?.